wimdewereldrond.reismee.nl

Laatste 4 dagen in Vanuatu

Het zit er bijna op, morgen vlieg ik terug naar Sydney, blijf daar 2 nachten en dan via Kuala Lumpur terug naar Nederland. Mwahhh, niet iets om vrolijk van te worden, al was het alleen maar het weer. Zal ff wennen worden. Maar goed, ben sinds afgelopen vrijdag weer terug in Port Vila. Dit keer gevlogen met Air Tahiti, dacht even dat we ook echt naar Tahiti zouden gaan, maar helaas, na 50 minuten vliegen werd de daling al ingezet en was ik weer op Efate. Heb daar een kamer in het Nasama Resort, en deze is geweldig. Uitzicht op zee, op het eiland Ekanor en in de kamer is alles aanwezig, inclusief een Ipod versterker, 4 pits keramisch kookplaat (gaat niks mee gebeuren) en een Amerikaanse koelkast, zo 1 dat als je je hele arm er in doet nog steeds de achterkant niet hebt bereikt en waarin je door de omvang regelmatig drank en etenswaar niet meer kan terugvinden. De volgende dag een toertje gemaakt, eerst naar de zogenaamde Secret Garden. Dit is een bonte verzameling van een dierentuin, openluchtmuseum, een plantenkas en madurodam. De dierentuin heeft 5 dieren (slang, hagedis, krab, vleermuis en schilpad). We hadden een speciale gids, personeelslid van de  Garden. En gelukkig maar, zonder deze man hadden we niet geweten welk dier in welke kooi zat. Hij kon naadloos de bordjes oplezen die aan de kooi hingen. Voorbeeld: bij kooi 1 las hij op 'slang', en wat bleek, er zat een slang in de kooi, bij kooi 2 'hagedis' en wat bleek alweer, er zat een hagedis in. Hij zat niet 1 keer fout, de man was zijn geld dubbel en dwars waard. Daarna door de lokale plantenkas waar wat varens en hennep stond, om vervolgens door wat hutjes heen te gaan wat voorbeelden waren van een huisje, kavabar (lees maar mijn verhaal over Fiji van 3 jaar geleden om te weten wat kava is), de residentie van een chief en de rechtbank. Het leek allemaal op elkaar, alles was weer van sigarenkistjes hout, kokosnoten en suikerrietstengels. De man werd duidelijk per minuut betaald, want binnen en half uur stonden we weer buiten, weer een ervaring rijker. Op naar de watervallen. Om daar dichtbij te komen moest je riviertjes, poelen en stukjes waterval doorwaden om je omhoog te hijsen. Lekker glad allemaal, en de paden, trapjes en leuningen waren niet van westerse degelijkheid zal ik maar zeggen. Maar goed, wel gehaald, de watervallen waren echt fantastisch. Op de terugweg kwamen we diverse roedels Japanners tegen, ook op weg naar de watervallen. Er was namelijk een Japans cruiseschip in Port Vila geland. Niks aan de hand zou je zeggen, ware het niet dat deze Oosterse vrienden tussen de 60 en 80 waren, er zeer breekbaar uitzagen, mooie zondagse kleren en schoenen aan hadden en menige oma zich met wandelstok voortbewoog. Je kan het circus wel voorstellen, veel geploeter, oma's werden over hoofden doorgegeven en menig plooi in de broek vloog er door waterschade uit. Wie dit voor deze groep bejaarden verzonnen had weet ik niet, neem aan dat hij commissie kreeg voor de omzet van de watervallen die dag. Zo, na de watervallen bus in, terug naar Port Vila. Nou, nee, 1 van de dames van het gezelschap waarmee ik was, was haar gele tasje kwijt. Achtergelaten in het busje tijdens de 'duik hem erin' survival tocht naar de watervallen en bij terugkomst ineens, hup, foetsie, weg tas. En dan krijg je weer de standaard ongeorganiseerde zoekactie. Iedereen gaat zich er mee bemoeien, wel 10 verschillende Vanutuanen hebben wel 20 keer onder de banken van het busje gekeken, de WC is 10 keer onderzocht, de bar is 7 keer ondervraagd en het gras naast de parkeerplaats is 12 keer platgeslagen. Met natuurlijk als resultaat: geen gele tas. En wat zat er nou in die tas? 1 paar afgetrapte gympies en 1 handdoek van een resort. En als die dame zich nou druk zou maken over haar gympies, maar nee ze wilde het verlies van de resorthanddoek niet betalen. Wahhhhh! Ik stond op het punt dat maar te betalen, we stonden al 3 kwartier stil en was er klaar mee dat mannetje 11 onder de banken van het busje ging kijken. Wat bleek uiteindelijk, de sjoof was even naar een dorp gereden, 2 personen afgezet (ff lekker gebeund dus) en 2 kinderen hadden het gele tasje van de achterbank gehaald. Een tweede bezoek aan het dorp, hup, daar was haar gele tasje. Hoera we konden naar huis. Gisteren naar het eiland Ekanor geweest. Fantastisch daar. Mijn resort ligt er tegenover, en de ferry doet er 5 minuten over. Dat kost je dan 1000 Vatu, maar je kan je treinkaartje gewoon gebruiken voor 1000 Vatu eten en drinken op het eiland. Dat zie ik rederij Doets in Harlingen richting Vlieland niet doen. Op Ekanor een rondje om het eiland gelopen (stelt weinig voor), om daarna op een bedje onder een parasol aan de branding te gaan liggen. En dan is er natuurlijk weer een huppelmuts die geen moment op haar kont kan zitten. Goedkoop zonnebrilletje op, standaard navel piercing en maar om zich heen kijken of iedereen haar wel ziet. Nou, dat is natuurlijk niet zo, het interesseert niemand, dus dan maar aandacht trekken. Opstaan, rondlopen, in het water , uit het water, liggen, insmeren, opstaan, in het water, onder water, er weer uit, rondlopen, drankje bestellen, liggen.... bla, bla, bla en dat ging maar door. Dat deze dame niet heel erg moe van haar zelf werd. Eind van de middag weer terug met de ferry, en weet je wat het mooie is: je gaat zitten op een bankje en de ferry komt je ophalen, 24 uur per dag, gewoon wanneer er een passagier is. Niks vertrektijden, winterregeling, zon- en feestdagen, na 1en vertrekt de laatste bus, vierkante wielen, bladeren op de rails, afgesloten rijstroken, gesloten spitsstrook vanwege de mist. Niet van dit alles, 24 uur per dag, wanneer jij wilt oversteken. Wat een overgereguleerd land zijn we toch. Vandaag souveniertjes gekocht, maar dat is niet veel, want er is weinig te koop. Eigenlijk dezelfde zooi als in de rest van de wereld, alleen ipv Griekenland of Spanje op het borrelglaasje nu Vanuatu. Maar er is toch nog een klein beetje avontuur in het verschiet. Ik heb namelijk iets van hout gekocht, en dat moet Australie in. Dit ga ik dus aangeven, met een beetje geluk krijg ik toch nog een hoofdrol in Bordersecurity. Stel je voor, teken in het hout, termieten, boktoren, houtwormen, mieren en ga zo naar door. Dus ik zou zeggen, kijken as zondag, 18 uur, Veronica, wie weet kom ik er in voor.. Mooi, tijd om af te sluiten, ik drink mijn laatste glaasje wijn op mijn balkonnetje, morgen ga ik echt aan de terugreis beginnen. Als ik thuis ben schrijf ik nog 1 blog, over hoe het geweest is, en alle belevenissen. Ik kan je nu al zeggen, Vanuatu is 1 van de meest bijzondere landen waar ik ooit geweest ben, het was hier fantastisch, geweldig en 3 weken om nooit te vergeten. En weet je wat het mooiste is, ik ben tot op heden nog geen Nederlander tegen gekomen en ga er vanuit dat ik die morgen ook niet zie, al weet je het nooit op een vliegveld. Het gaat jullie goed, Vanu, Vanu, Wim

Vijf dagen op Espiritu Santo, Vanuatu

Vandaag is de laatste dag op Espiritu Santo. Heel mooi eiland, jullie hebben de plaatjes gezien, maar als je niet van duiken houdt is er weinig te doen. En dat is helemaal niet erg, want er zijn nog steeds mooie plekjes waar je kan zitten, zwemmen en lunchen, zoals de Deco Stop Lodge, waar ik bijna iedere dag wel geweest ben. Zondag, eind van de middag, geland bij Luganville, de 2e stad van Vanuatu. Nou als dit de 2e stad is, ben ik benieuwd naar de rest van de steden, maar daarover dalijk meer. Ik werd gelijk ontvoerd door een snorder (ondanks al mijn zelfverklaarde routine), en na een rit van 10 minuten en 1000 Vatu (10 euro) armer stond ik voor mijn hotel, The Espiritu, midden in Luganville, maar dat sta je al snel. Ik neem trouwens aan dat het instaptarief van deze man 800 Vatu was, want zoveel betaal je in Nederland niet eens voor zo een kort ritje. De eerste indruk van het hotel was beetje bouwval, er zou hier een heel seizoen een klusprogramna van SBS6 opgenomen kunnen worden. Maar, de kamer was uitstekend: goed bed, koelkast, kluisje, waterkoker en, zoals jullie al merken, draadloos internet, 24 uur per dag (als de stroom niet uitvalt wat soms gebeurde). En een knoepert van een TV, die heb ik thuis niet eens. Dus zoals vaak, de verwachtingen waren hoog gespannen, 100den zenders, Amerikaanse sporten, stiekum hoopte ik zelfs Boer zoekt Koe, Das zoekt Boom of Patty breekt Duikplank te kunnen kijken. Helaas, je kan een Ferrari voor de deur hebben staan, maar als er de motor van de goedkoopste Ford Ka in zit, komt er weinig muziek uit. Zo ook hier, er waren 2 kanalen, Vanuatu 0,5 en een zender die 24 per dag alleen sneeuwberichten uitzond, je zag en hoorde alleen ruis en sneeuw. En voor Vanuatu 0,5 gold, als het weer maar een beetje slecht was, dat begon het te knetteren, beelden stonden stil en er verschenen allerlei gekleurde blokken op je scherm. Maandag was regendag, en dan heb ik niet over motregen, maar over enorme tropische regenbuien, uren achter elkaar. Het was 's nachts om 1 uur al begonnen met gigantisch onweer. Ik heb me die dag dan ook binnen een straal van 100 meter van mijn hotel bewogen, verder was onverantwoord, voor je het wist werd je stroomafwaarts meegenomen de zee in. 's Avonds gegeten in Hotel Santo, reserveren niet nodig, ik was de enige gast, ik denk er over een recensie op IENS te plaatsen voor de Nederlanders die daar ooit in buurt komen. Dinsdag Luganville ontdekken. En zoals zo vaak, daar is echt niet veel voor nodig. Één straat met denk 20 winkels die van alles verkopen, het is totaal onduidelijk wat voor soort winkel het soms is, zeg maar allemaal Aldi's. Daarna ontdekkingstocht door de heuvels, heel mooi en je ziet nog eens wat. Hoe de mensen hier leven, en hoe ze dat kunnen. Respect. Eind van de middag nieuwe vrienden gemaakt bij Hotel Santo (alweer, maar is het middelpunt van Luganville, ook het enige bierverkooppunt met stoeltjes voor de deur). Een Australisch echtpaar die daar al 20 jaar, 2 keer per jaar komen (zeg maar een Downunder versie van Henk en Ingrid die al 20 jaar naar hetzelfde hotel in Benidorm gaan) en de eigenaresse van het hotel. En wederom verbazing waar vandaan ik nou weer was komen aandrijven, hoe ik er bij kwam om naar Vanuatu te komen en waarom Marx Rutte zo raar bezig was met de zorgpremie, er voor zorgen dat je zo weinig mogelijk ging werken, tegen minimaal salaris, zodat je zoveel mogelijk overhoudt. Mijn stem is ie kwijt, zijn oren laten hangen naar de vreselijkste partij van Nederland, de Partij van de Armoe (zo, dat moest ik even kwijt, dat soort wereldnieuws bereikte zelfs Vanuatu, en drukte de Amerikaanse presidentsverkiezungen helemaal van Vanuatu 0,5 af). De eerste 2 punten kon ik overigens uitleggen, het derde punt niet. Uiteraard werden we vrienden voor het leven, morgenavond weer. Woensdag tijd om het eiland te ontdekken. Met een privesjoof, in een pickup, langs de oostkant van het eiland, naar Port Olry, ligt in het noord oosten. De rest van het eiland is trouwens onbereikbaar. Mijn sjoof was de man van de sjeffin van het toerburootje, in de 50, kale kop, hema singlet aan, zeg maar de Vanuatuaanse (speciaal voor jou, Brigitte) uitvoering van Onslow uit Schone Schijn. Hij miste een aantal voortanden, maar was wel verzorgd zeg maar. Tand, geen tand, tand, geen tand, tand en ga zo maar door, heel regelmatig dus. Ik vroeg me af of hij voor half geld naar de tandarts ging, en hoe Marx dit in zijn zorguitknijperij zou vrotten. Goedkoop leven had de man, geen kapperskosten, half geld naar de tandarts en geen last van de bezuinigingsdrift van Marx. Maar goed, op weg naar de bezienswaardigheden. De sjoof sprak vloeibaar Frans en Alloh Alloh Engels, dus er was regelmatig sprake van communicatiestoringen. De eerste stop was bij een Blue Hole, zeg maar blauw gat. Om er bij te komen moest ik van de sjoof een toevaligge passerende fietser 1000 Vatu betalen. Ik verdenk de sjoof er van een vriend in de buurt gebeld te hebben, want waarom daarvoor nou entree voor moest betalen was me een raadsel. En dan al helemaal 1000 Vatu, daarvoor kon ik met een snorder naar het vliegveld. Maar goed, de Blue Hole was prachtig, een soort hele grote ronde diepe vijver, met azuurblauw water. Na gezwommen te hebben op naar Port Olry. De sjoof hield er flink de sokken in, tikte regelmatig de 100 km aan, en dat op een weg waar je in Nederland van de heer Spee maximaal 60 mag rijden. En waarom de strepen midden op de weg geschilderd waren, was me weer eens een raadsel. Maar, Port Olry was fantastisch, hoe mooi kan een strand zijn. Ik was de enige badgast, wit strand, helder blauw water en kleine groene eilanden voor de kust. Dit keer geen man op fiets die ik moest betalen. Na heerlijk gezwommen te hebben was het tijd voor de lunch in de plaatselijke strandtent. De keuze was kip met curry, curry met kip of een combi van die 2. Ik heb ze alle 3 genomen. Na nog wat gelopen en onderzocht te hebben, tijd om naar huis te gaan. Uiteraard probeerde de sjoof alle snelheidsrecords te breken, wat hem volgens mij nog gelukt is ook want met rokende banden werd ik voor mijn hotel afgezet. s 'Avonds bij Deco Stop Lodge genoten van een gratis zonsondergang en ook gegeten. En vandaag dus laatste dag. Ik had me nog ingeschreven voor een trektocht door de heuvels, maar op het laatste moment afgezegd. Ik ben het trauma dat ik van vriend Pah vorig jaar op de Cook Islands heb opgelopen nog niet helemaal te boven. Dus, lekker bij zwembad zitten en boek lezen. Vanavond ook afscheid genomen van mijn nieuwe vrienden bij Hotel Santo. Er kwam zelfs weer een verse local aanwaaien, Nick. En net als je denkt dat de avond rustig verloopt, gebeurt het. Een aardbeving, een echte aarbeving. Ineens begon de grond te bewegen, ik ging heen en weer, stoeltjes en tafeltjes bewogen ook. Duurde denk ik 10 seconden, en toen was het voorbij. Ik was al op weg naar de heuvels achter me, tsunami dacht ik, maar werd door de locals tegen gehouden, dit kwam vaker voor zeiden ze, niks aan de hand. Maar deze beving was iets zwaarder dan gemiddeld. Nou vooruit, zij zijn de ervaringsdeskundigen, maar helemaal jofel voelde ik me niet, was best raar en beetje eng. Maar goed, ik ben het alweer vergeten. Morgen weer terug naar Port Vila, waar ik nog 4 dagen blijf om dinsdag terug te vliegen naar Sydney. Mijn 5 dagen hier op Espiritu Santo waren heerlijk, raar en geweldig. Ik ben nog nooit op zo een eiland geweest met zo weinig toeristen, zelfs op de zandhopen in Fiji waren meer toeristen. Dat is waarschijnlijk waarom het hier zo bijzonder is, 1 van de weinig verlaten plekjes op onze aardbol. Nou, het gaat jullie goed, tot de volgende keer. Vanu, Vanu, Wim

Mt. Yasur op Tanna

Gisteren en dagje vulkaan gedaan, wat een avontuur weer. Maar, de dag daarvoor, donderdag, 's ochtends het plaatselijke museum bezocht. Niet groot, best leuk en fris, vol met maskers, enge maskers. Maar daar lieten ze op video ook het inwijdingsritueel zien van jongens die een man moesten worden op het het eiland Pentecoast. Ons inwijden bestaat uit de eerste keer dronken worden in de John's Inn (op zich natuurlijk ook behoorlijk heftig als je voor de eerste keer in je leven de trol te zien krijgt), maar de inwijding daar is toch iets anders. Het is, zeg maar, bungee jumpen voor gevorderden. Er wordt van de plaatselijke bomen en struiken een toren van ca. 35 meter hoogte gebouwd, daar doen ze een week over. Dan volgt de ceremonie. De toekomstige man klimt naar boven, krijgt 2 polsdikke lianen om zijn enkels gebonden, en gaat op een platformpje staan (daar word je al niet vrolijk van). Dan wordt het platformpje losgehakt, en zoef, daar ga je naar beneden. En als het goed gaat, en de lianen zijn iets korter dan het torentje, hang je ineens stil met je hoofd een paar centimeter boven de grond. Als het goed gaat. Anders val je te pletter op de grond. En moet je voorstellen, 35 meter naar beneden, en ineens hang je stil. Dat je benen niet uit je heupen gerukt worden. Er zit geen rek in de lianen. Oh ja, kleding bestaat alleen uit een peniskoker, dus mocht je te pletter slaan, het nageslacht is verzekerd. Daarbij, helmen van kokosnoten zijn niet toegestaan. Zo, bungee jumpen heeft dus voor mij een hele andere betekenis gekregen. 's Middags de walking tour uit de lonely planet gedaan. Mooie gebouwen en kerkjes, niks bijzonders tot ik ergens op een heuvel bij het gerechtsgebouw uitkwam. Zo te zien was er die week ervoor de pyromaan uit het noorden van ons land berecht, de helft van het gerechtsgebouw was afgebrand. Vurig proces geweest dus. En de volgende dag was het dus zover, op naar het eiland Tanna om de vulkaan Mt. Yasur te gaan bekijken. De dag ervoor moest ik mijn gewicht opgeven, we gingen met een Cesna en niet met een Boeing 747. Ik ging er vanuit dat de piloot genoeg ervaring had om bij de dames 25% er bij op te tellen, maar voor de zekerheid moesten we op het vliegveld allemaal op de weegschaal staan. En daar gingen we met de piloot en 5 toeristen, 1 uur vliegen naar Tanna. Ik zat naast de sjoof, mocht nergens aan zitten, en keek naar brandstofwijzertjes. Mwahh, hij had de tank niet bepaald vol gegooid, ze raakten regelmatig de letter E aan. Nou, zal wel, maar gerust werd je er niet van, zeker niet als hij de hele vlucht aan allerlei knoppen en hendels zit te draaien. Daarbij, we vlogen over water, dus je hoopt dat er na 55 minuten een eiland in zicht komt, dat de man zich geen 5 graden had vergist. Maar gelukkig, na een uur vliegen landen we veilig op Tanna International Airport, ik ga niet nog een keer vertellen hoe groot dat is, daar kan een ieder zich wel wat bij voorstellen. Vanaf het vliegtuig in een 4WD op weg naar de vulkaan, een ritje van 1,5 uur. Neem van mij aan, de 4WD was meer dan nodig. Hebben wij net de A2 met 5 rijstroken verbreed, hier moest de eerste asfaltweg nog worden aangelegd. Goeie nieuws was natuurlijk dat er geen maximum snelheid was, dus de sjoof kon aardig doorkarren tussen de bomen, gaten in de weg en overstekende paarden. Maar, eenmaal in de buurt van de vulkaan aangekomen werd het landschap en begroeing fantastisch. Eerst waande je jezelf in Jurrassic Park, wat betreft de begroeing. Ieder moment kon er een T-Rex of een groepje Velociraptors te voorschijn komen. Ik keek ook regelmatig om me heen om de geitenstand in de gaten te houden. Daarna via een enorme asvlakte naar de vulkaan, het leek Paijs Dakar wel. Aangekomen op de top nam de gids, Louis, ons mee naar het laatste stukje. Ja, we hadden weer eens een gids, een local van ongeveer 60 die wat wazig door zijn oogharen keek. De functie van de man was me een raadsel. De 4WD stopte voor een niet te missen pad verder de vulkaan op, en na dat pad een klein stukje naar rechts en je stond aan de rand van de krater. Toen we de rand van de krater hadden bereikt zei Louis: dit is de vulkaan en ging op een stukje hout zitten. Wie dacht dat de man eens uitgebreid over de vulkaan ging vertellen kwam bedrogen uit, hij ging lekker zitten bellen. Ook op de vulkaan hebben ze blijkbaar bereik, iets dat ze op de Utrechtse baan nog niet is gelukt. Misschien eens contact opnemen met TelVatu? Maar we waren daar niet om Louis aan te horen, maar voor Mt. Yasur, en dat was geweldig. Om de paar minuten was er een enorme explosie, vlogen 10tallen stenen en gesmolte lava honderden meters de lucht in om in de vulkaan of op het plateau voor ons neer te vallen. Daarna volgde enorme gaswolken. Wat een spektakel, zelden zoiets gezien. De grond schudde soms onder je voeten, zo hard waren de explosies. Waar wij stonden lagen ook duizenden lavastenen en na de vraag aan Louis waar die vandaan kwamen ging hij ineens praten. Louis bleek van iedere gemolten lavasteen te weten wanneer die uit de vulkaan was geschoten en op de grond was gestort, op de dag nauwkeurig. En als het nou 1 steen was, maar het waren er denk 10 duizenden, wellicht wel 100.000. De man kon zo meedoen aan wedden dat. Wat natuurlijk de volgende vraag op leverde, staan we hier wel veilig? Nou, wist Louis ons te vertellen, normaal gesproken wel, maar er zijn soms dagen dat de vulkaan zo lekker bezig is, dat de stenen zover worden weggeschoten, dat ze de kraterrand bereikten waar wij stonden te kijken. Ah, dat hadden ze ons bij het boeken van de toer er niet bij verteld, begreep ineens waarom de sjoof bij zijn autootje was gebleven. Louis had ook nog een tip, mocht er dergelijk explosie zijn, niet rennen, gewoon omhoog kijken en als een steen richting je hoofd kwam, 2 stapjes opzij maken, links of rechts maakte niet uit. Je kan het maar weten. Na een uurtje terug naar de auto, broodje naar binnen werken en op weg naar het vliegtuig. Dit maal volgden we de toeristische route, dwz het grootste deel over strand. Blijf dat toch wel mooi vinden, moet je voorstellen, van Hoek van Holland naar Zandvoort met een 4WD over het strand, soms door de branding en ineens sta je op de landingsbaan van Schiphol. We zijn gewoon overgereguleerd. En vandaag lekker niks gedaan, stadje in lunchen, aan strand bij Poppy's en 's avonds eten bij Beef House. Daar werd trouwens de steak van je bord afgeblazen, want naast het Bief Huis begon om 20.30 de plaatselijke nachtclub de boxen warm te draaien. Morgen vertrek ik naar Espiritu Santo, Luganville. Heb er echt zin in, tijd voor weer iets nieuws. Ik hebt het hier op Efate prima naar mijn zin gehad, echt geweldig, en over 5 dagen ben ik weer terug, om nog 4 dagen lekker te genieten. Maar, eerste naar de Espiritu op Santo. Ben benieuwd. Vanu Vanu, Wim

Rondje Efate

Vandaag het traditionele rondje rond het eiland gedaan, met een tour rond Efate meegegaan. Half 9 werden we opgehaald, en na nog extra lotgenoten opgehaald te hebben gingen we op weg. We hadden 2 busjes, die achter elkaar reden. Wij hadden als gids een juf, en de sjoof was haar jongste oom. De man had een baard, hij had zo mee kunnen doen in het Amerikaanse Dreamteam van Londen, daar liep ook zo een baard rond (nu ik er over nadenk, wellicht was dat ook een oom, en omdat hij geen rijbewijs had maar basketballer geworden). In het andere busje zat haar oudste oom, wat weer te denken gaf hoe groot de familie was en hoeveel busjes met die baarden rondreden. Voor we op pad gingen vertelde de juf dat er op Vanuatu geen regels waren (no rules), en voor de landelijke verkeersofficier de heer Spee houdt dat in: er is geen maximum snelheid, gordels kennen ze niet, handheld bellen is verplicht, en alcohol achter het stuur is geen probleem, gewoon wat rustiger rijden zei de juf. Een aflevering van wegmisbruikers zal weinig opleveren, wellicht iemand die zijn gordel om heeft, te langzaam rijdt of handsfree belt en daar een bekeuring voor krijgt. Onderweg vertelde de juf wel 5 keer dat alle winkels in handen van Chinezen waren, en dat we er vooral niets moesten kopen. Maar waar dan wel, dat antwoord kregen we natuurlijk niet, maar dat zal wel bij de baardomen zijn die geen busjes rijden. De eerste stop was bij de Blue Lagoon, en zoals de naam al doet vermoeden, een lagune die blauw is. Deze was op zijn Vanuatuaans ingericht, dwz entree 500 Vatu, 2 dakjes met een tafel ter bescherming tegen de zon en een wc waar een mestkever zelfs zou weigeren te werken. Nadat iedereen even kopje onder was gegaaan, we wat versnaperingen kregen, gingen we op weg naar 1 van de vele dorpjes. Naast Port Vila zijn er alleen maar dorpjes van waaibomenhout, golfplaten en kokosnoten. In het dorpje werden we de lokale school ingelokt, waar 20 kindertjes voor ons gingen zingen. Ja, en na afloop, toen kregen de nachtegaaltjes allemaal snoepjes van de toeristen. Hoe kom je er op. Primitief dorp, ze eten wat uit de grond komt en voor de speer verschijnt en wij westerlingen geven ze handen vol lollies. Ze gaan vast niet 2 keer per jaar naar de tandarst, ik denk zelfs dat ze nog een medicijnman hebben. Blaartrekkend. Moet je voorstellen, je zit met je kinderen voor de deur, komt er ineens een busje met Vanuatuaanse toeristen aan, stappen uit, geven zonder wat te vragen de kinderen handen vol lollies (terwijl je als ouder in je opvoedkundige drang je kinderen verteld hebt hoe slecht suiker voor je gebit is), aaien je koters over de bol, flitsen ff snel wat foto's van de snoesjes en laten iedereen in verwarring achter als de bus binnen 2 minuten weer doorkart. Op naar de volgende attactie, een oude mijnplek. De jongste baardoom zoefde er voorbij, de juf riep nog "aan de recherhand was het", en alles wat je zag waren een paar verroeste bakken en stangen in de jungle. We kunnen in Maastricht nog een hoop verdienen aan die ouwe mijnzooi. Via een interessante boom waar we een kwartier stilstonden op naar het volgende dorp. Dit was het customdorp, zeg maar waar ze hun oude gewoonte in stand hielden. En daar waren ze dan ineens, de warriors in oorlogskleuren, schreeuwend en dansend renden ze op ons af, klaar om in de pot gestopt te worden. Ik voelde me net de inhoud van een Albertwagen van Appie Hein, het eten werd gewoon thuisbezorgd. Gelukkig, grapje zeiden ze . Daarna werden we door de zogenaamde lokale snuisterijen geleid, maar kon er weinig lokaals aan ontdekken. Kan me niet voorstellen dat de gemiddelde stam handig is in het traditionel verwerken van plastic, PVC en borrelglaasjes. Tijd voor de lunch, werd geserveerd in het lokale wegrestaurant: traditionele knollen met meer bout dan kip. Op naar de volgende attractie, het hield niet op. Een Amerikaanse landingsbaan uit WWII. Nou, daar stel je je wel wat bij voor natuurlijk. Bomkraters, neergeschoten vliegtuigen, hangars en ga zo maar door. Helaas, alles was overwoekerd door hoog gras, je zag dus totaal niks, een lege vlakte. Dus ook daar is geld aan te verdienen. Maar de juf had nog meer in petto, hot springs, warm waterbronnen, de lokale sauna zeg maar. Waarom overigens een Vanuatuaan bij buitentemperaturen die beginnen bij 25 graden naar warm waterbronnen gaan is me een raadsel, en dat bleek ook wel, er was helelmaal niemand. Het zag er ook niet uit, verlaten met wat vieze poeltjes, een moddervlakte en een houten schuurtje zonder deur, ramen, muren en dak, alleen het houten karkas stond er. Vervolgens op weg naar het hoogtepunt van de toer, het WWII museum. Dan denk je natuurlijk aan een soort Louvre of Prado. Nou, nee, net niet. Eigenaar was een ouwe Vanuatuaan, zijn museum was een bushalte van sigarenkistjeshout. En wat verzamelde de man: cocacolaflesjes uit de tweede wereldoorlog. Hij had ze gestapeld, ze waren vies, soms gebroken, soms alleen een hals. En alle flesjes leken op elkaar. Ook had hij scherven, wat verroeste zooi, de kringloopwinkel is daarbij het Rijksmuseum. Ook wankelde alles bij de minste of geringste windvlaag, dat die schervenzooi bij een stevige bries nog niet was weggewaaid verbaasde me. Ik was ook steeds bang dat ik in dat kleine hokje met mijn rugzak nog meer scherven zou veroorzaken. Dat zou aan de waarde van de inboedel trouwens niets veranderen. De man was ook niet te verstaan, maar dat maakte voor de collectie niet veel uit. De waarde daarvan was het statiegeld van alle hele cola flesjes, ik denk ca. 3,50 euro, 2% van de collectie. De laatste stop was een mooi strandje en eindelijk, eindelijk, een winkel. En zelfs een winkel waar ze bier verkochten. Overigens, de winkel was een koelkast met wat snuisterijen, op de vraag wat een sleutelhanger koste begon de uitbater met 1000 Vatu (zeg maar 10 euro), ging razendsnel naar 750, 500, en heb uiteindelijk bij een Chniees in Port Vila 120 Vatu betaald, nog steeds teveel. Daarna brachten de juf en sjoof ons rustig naar huis, waar ik aan de lagune bij Poppy's een uur nodig had om alle indrukken te verwerken. Ik was blij dat ik het rondje gedaan had, het was fantastisch. En, om eerlijk te zijn, het is geweldig hier, prachtige bossen en stranden, vriendelijke mensen, en echt heel anders dan waar ik ooit ben geweest. Ik ben blij dat ik het gedaan heb, had het niet willen missen. Mocht je ooit een bijzondere vakantiebestemming zoeken of in de buurt zijn, ga naar Vanuatu. Grootste voordeel, de kans dat je een Nederlander tegenkomt is zo goed als nul. Zo, ga nu weer een busje voor 150 Vatu tackelen, want het beklimmen van die heuvels hier ben ik nu wel zat. Vanu Vanu

Mijn eerste dagen in Vanuatu

Ja, eindelijk, ik ben er, in Poppy's on the lagoon, Port Vila, Vanuatu. Zit nu aan de baai bij mijn favo barretje, de Nambawan. Het is hier heerlijk, fantastisch en soms raar, ff wennen zeg maar. Jullie dachten vast dat ik opgegeten was, en tot 1968 gebeurde dat ook. Er zijn echter geen scharrel wereldburgers meer, al het vlees komt uit megasteden, dus de eetlust is de gemiddelde Vanuatuaan al lang vergaan. Het is hier heel, heel, heel erg relaxed, en kan je zeggen, dat is even wennen, gewoon een middag niks doen. Motto hier is: No Rules (leg later wel uit wat dat betekent). En wat blijkt, er gaan meer mensen naar Vanuatu, vliegtuig zat gewoon vol, inclusief gezinnen met kinderen, dus zo onbekend, verlaten en gevaarlijk is het allemaal niet. Vanaf het vliegveld met de taxi naar Poppy's gegaan, waar ik werd opgevangen door Albert. Hij fronsde even zijn wenkbrouwen toen ik vertelde dat ik uit Holland kwam, las aandachtig mijn Nederlandstalige Expedia voucher door (de man heeft talenkennis, maar begreep er natuurlijk helemaal niets van) en na mijn spulletjes op mijn kamer te hebben gebracht kreeg ik het standaard infoverhaaltje. Er kwam water uit de kraan, stroom uit de muur, hot was heet en cold was koud, vooral toertjes bij hem boeken en mannen met Security op hun shirt waren van de beveiliging. Maar het was goed bedoeld. Mijn kamer zat in een appartementencomplexje, 2 verdiepingen, 12 kamers. Niks mis mee, ware het niet dat het boven op een heuvel lag, dus als je iets vergeten was ging je niet even snel terug om het op te halen. De volgende morgen fris en vrolijk naar Port Vila, een tochtje van hooguit 1 kilometer, maar........., wat er natuurlijk weer niet bij werd verteld is dat je van Poppy's naar Port Vila over een heuvel moet. En dat bij 25 graden en de volle zon op je bolletje. Dat ga je dus 1 keer doen en dan leren hoe het openbaar vervoersysteem werkt. En dat is eenvoudig, alle kentekenplaten die beginnen met een T zijn taxi's', met een B bussen. Dan heb je ongeveer 75% van het wagenpark gehad. En met een bus bedoel ik geen Connexxion Strechbus, maar een klein busje met 6 stoelen. En..., de bussen hebben geen bestemming. Mooi he? Je houdt een bus aan, zegt waar je naar toe wil en voor 150 Vatu (1,50 euro) brengt de sjoof je naar je resort. Zo, dat moet je in Nederland proberen, tegen de chauffeur van bus 23 vertellen waar je moet zijn en verwachten dat hij je voor de deur afzet. Je zal wel een verhaal krijgen dat de ov-chipkaart daar niet tegen kan. Nadeel kan zijn dat er meer buspassagiers zijn, en dan is het afwachten tot je aan de beurt bent. Gisteravond heeft de bussjoof me over het hele eiland getrokken, in het pikkedonker, om me na 3 kwartier ineens voor Poppy's af te zetten. De eerste dag met een stofkammetje door Port Vila gegaan, geen steen lag meer op de andere, er waren geen geheimen meer. Een heerlijk georganiseerde chaos, met de traditionele markten, winkeltjes die allemaal hetzelfde en echt alles verkopen en de standaard barretjes en restaurantjes. Daarbij gezegd, eten is goed, zeker de vis, al heb ik  soms geen idee hoe mijn ooit zwemmende vriend heet die me glazig ligt aan te kijken op mijn bord. Dezelfde avond ben ik trouwens (eenmalig en zeker voor de laatste keer) lopend in het donker naar Port Vila gegaan. Dit soort gevaarlijke sporten en excursies worden niet afgedekt door je verzekeringpolis kan ik je zeggen, wat een avontuur. Pikkedonker, geen lantaarnpalen, diepe putten en kuilen in de weg en hopen dat de busjes en auto's je zien, voor je het weet lig je aangereden in een greppel. Deze excursie zat niet in het aanbod van Albert, kan me daar wel iets bij voorstellen. Ik kan je zeggen dat ik blij was de hoofdstraat van Port Vila op te draaien...... waar de lantaarnpalen het ook niet deden die avond (volgens mij doen ze het alleen bij oneven dagen). De volgende dag wilde ik het plaatselijke museum bezoeken, helaas het was de dag van de verkiezingen. De naam van de man die gewonnen heeft ken ik niet, maar volgens mij was iedereen blij. 's Avonds gegeten bij de lokale pub, een pizzaatje Salami. Erg gezellig, zeker als je halfverwege het wegwerken van je pizza Salami de tafeltjes en stoeltjes om je heen ziet verdwijnen en de overgebleven personeelsleden je aankijken of het ze lukt mijn pizza Salami nog sneller te laten opeten, wellicht de resterende pizza Salami-puntjes mee te nemen naar huis. Op de één of andere manier vergaat je de lust om eens lekker te gaan natafelen met een Dame Blanche, gevolgd door een kaasplankje met een dessertwijntje om het af te sluiten met een dubbele espresso met een Calvados. Overigens, om 9 uur 's avonds is er weinig tot niets meer te beleven in Port Vila, dus ook geen reden om ergens anders eens de boel op stelten te zetten. Zo, en nu voorbereiden voor de dag van morgen, de toer rond het eiland. Het zal me benieuwen wat voor grappen en grollen ze hier weer hebben verzonnen. Ik vertel er wel over, Vanu Vanu

Laatste keer Kia Orana van de Cook Islands

Zo, het zit er op, het is zaterdagmiddag en om 21.30 word ik naar het vliegveld gebracht.Ik vlieg om 23.59 lokale tijd (wie verzint nou weer zo een vertrektijd) naar LA (vlucht van 9 1/2 uur), dan 6 uur wachten, verder naar Londen (10 uur vliegen) en tot slot naar Amsterdam (uurtje vliegen). Daar hoop ik maandag om 19.00 te landen. Ik heb dan echte airmiles gemaakt ipv die nep miles die je bij appie hein krijgt als een pot pindakaas, kattevoer of het huismerk schoonmaakrollen koopt.

Ik verval niet in klisjees. dat is afgezaagd en oudbollig, maar toch moet ik het zeggen, het vele en verre reizen was het meer dan dubbel en dwars waard. Wat heb ik het eigenlijk gemist, de landen, steden, eilanden en mensen. Het is zo onwijs gaaf om te doen, de plekken waar je komt, dit is zeker niet de laatste keer geweest. Zal ook eerlijk toegeven, sosm was het best vermoeiend om in zo een korte tijd zo ver te reizen, en veel te verplaatsen.

De laatste 3 dagen lekker rustig aan gedaan. Donderdag lunchen in het stadje, vrijdag de hele middag naar Muri Beach (zuid oost kant van Rarotonga). 'S avonds gegeten in restaurant Vaima.Ook niet boeiend zou je zeggen, maar het is voor eiland begrippen redelijk luxe. Ik kwam er in tshirt, afgeritste broek en teva's binnen. De eigenaar keek me aan en vroeg of ik de pizza's kwam halen. Nou nee, ik kwam lekker eten. Maar kom je voor de pizza's vroeg hij weer. Hij dacht zeker dat ik voor de lokale Domino's Pizza Rarotonga reed, en 3 extra vaganza en 2 americain meatlovers op mijn brommertje het eiland ging rondbrengen. Enfin, het is toch nog goed gekomen.

En vandaag weer naar de markt, toch nog even kijken voor soevenirs. Straks is er de zaterdagavond BBQ hier in Aroa (zelfde als vorige week) en dan inpakken en wegwezen.
Dit keer sluit ik af met een opsomming van alle snuiters, figuren, stellen en ander soort wezens die ik gedurende de 4 weken ben tegen gekomen. Er over nadenkend zijn het er nogal wat, de 1 soms nog gekker dan de ander. Maar daar gaatie dan, de volgorde is op datum, dus vanuit die optiek volkomen willekeurig.

Schiphol, het meisje achter de Heineken bar. 19 jaar, ze bleef me maar meneer noemen, ik kreeg het niet voor elkaar dat ze me Wim, je of hé noemde. Uitgebreid gesproken, ging in november cultuur snuiven in Egypte, in Hurgada. Ik hoop dat ze van Russische cultuur houdt, in Hurgada vindt ze echt geen pyramide, alleen Russen die voordringen en hun bord overladen met eten, zodat zij niks meer heeft.

De man achter de balie van hotel 1929 in Singapore. Toen ik met mijn bagage na een wandeltocht van 10 minuten vanaf de metro zijn hotelletje binnenstrompelde, zo nat als een goudvis in zijn kom, keek hij me aan alsof ik was komen zwemmen.

Sjoof Phil die me van Thames naar Whitianga bracht en 2 dagen later weer terug. Noemde iedereen mate, alles was cool en all rightie.

Vriend Johnnie die ik in de plaatselijke pub in Whitianga tegenkwam, en alles dood schoot wat bewoog, totaal niet begreep wat een partij voor de dieren was en mij uitnodigde voor een maaltijd, maar wat ik veel te gevaarlijk vond.

De baas van het museum in Whitianga, die vroeg wat ik kwam doen, en toen ik vertelde dat ik graag zijn museumpje wilde bezoeken, het ineens begreep. Daar zijn musea voor toch?

De dame van de plaatselijke VVV van Tauranga die me vertelde dat het een uurtje lopen was (ja, als je niet goed uitlegt waarnaar toe is alles een uurtje lopen), maar waar ik naar toe wilde uiteindelijk 3 uur lopen was.

De barkeeper van de bar die ik na 3 uur lopen naar de berg in Tauranga, toen 45 minuten omhoog, toen 45 minuten omlaag, en toen 30 minuten naar zijn kroeg me een biertje gaf. Hij is de held van de vakantie, zonder dat hij het overigens weet.

Dan een man die ik nooit ben tegengekomen, maar wel een onuitwisbare indruk bij me heeft achtergelaten. De skipper die me naar White Island zou brengen, om de meest actieve vulkaan van Nieuw Zeeland te bekijken, maar vanwege windkracht 1 en een mogelijk buitje de hele tocht afblies.. pfffffffffffffffffff

Mijn huisbaas in Gisborne, waar ik de enige kamer had. Ik moest wel eerst mijn schoenen uitdoen, maar daarna liet hij mij zijn hele huis zien. Ik had een eigen slaap- en badkamer, en toilet. Ook had ik een eigen lounge, met bank, TV en zitje, mijn eigen ontbijtkamer en natuurlijk mijn eigen zwembad. Paul, zoals hij heette, bakte elke morgen een eitje voor me, perste sinaasappeltjes, en zette een vers bakje koffie.

De vrouw en het zoontje van Paul. Zij bracht me naar het busstation, het zoontje keek me de hele weg listig aan omdat ik 's avonds zijn hele bandbreedte opslorpte om Voetbal International te kijken.

De mevrouw achter de toog van de vissersclub in Gisborne, die een een bakkie voor 100 dollar wilde verkopen. Ik moest eerst lid van die sekte worden!!!

De eigenaar van Hotel de la Mer in Napier, ik was er nog geen 10 minuten en hij lulde me een wijntoer in. Ook legde hij me mijn kamer uit, en natuurlijk mijn prive yacuzzi van 2 meter doorsnee. 'Ventilatie aanzetten op max, anders staat de brandweer voor de deur, en sleept je gelijk het bad uit'. Hij was zeker ok, en erg behulpzaam.

Gids en sjoof Harmish met wie ik op wijntoer ging. Hij schrok zich een ongeluk toen ik het eerste wijntjedat ik ging proeven direct achterover klokte en hem vertelde dat het witte wijn was. Samen gelunchd bij tante Anna, bakkie en huisgemaakt broodje, Harmish betaalde. Dat zijn nou echte vrienden.

Ja, en dan natuurlijk de dame die ik op de treinreis van Wellington naar Auckland tegenkwam (ik weet haar naam niet eens, maar ok, zij de mijne ook niet). Ik heb van 7.25 tot 21.30 college ploegen, hooien, zaaien, melken, schaapscheren en verbouwen gehad. Ik begrijp niet dat vrouwen een boer zoeken, wat een narigheid. En oh ja, wat was ik blij met mijn iPod, Mike en Clint, 2 jaar geleden hadden jullie geen idee wat voor enorme waarde jullie kado had.

Jim, Jan en de hele staf van Aroa Beachside Inn. Allemaal vreselijk aardig en behulpzaam, zijn 8 dagen echte gastheren en -vrouwen geweest, echt top.

En dan Terry en Judy. Ja, daar hadden jullie nog niks van gehoord. Is een Australisch echtpaar die ik vorige week zaterdag bij de bushalte tegen kwam, verbleven ook in Aroa Beachside. Met hun ben ik een paar keer opgetrokken, samen bijvoorbeeld naar Aitutaki gegaan. En regelmatig 's avonds samen gegeten. Het klikte tussen ons, dus waarom niet. Bleek dat zij in Ruwanda zijn geweest, en gorilla's in het wild hebben gezien, Ja, nu moet ik ook. Gelukkig had ik een neushoorn in Kenia gezien, dus ik had wat wisselgeld, maar ik werd wel iedere dag aan 'hun' gorilla's herinnerd. We gaan mailen, maar is maar altijd de vraag hoelang.

De drilsergeant op de snorkelboot, wat een gebler en geschreeuw, wat deed die man eigenlijk op dit eiland, waarom niet lekker ergens vechten in de wereld.

Aad van Eijk, de Nederlandse haarbal van 70, met kinderen van 12 en jonger. Ik weet het niet, Aad kwam uit Schiedam en was erg aardig, dat moet gezegd.

Chris, eigenaar van restaurant de Waterline. Zat in dezelfde leeftijdscategorie als Aad, en had dezelfde hobby, kinderen maken. Hij zou me ophalen en thuisbrengen als ik naar zijn restaurant zou gaan, maar toch maar niet gedaan. Ik weet het niet.

Today, de gids op de boot tijdens de dagtocht naar Aitutaki. Rare naam, rare snuiter, altijd benieuwd geweest was zijn naam gisteren was.

Pah, mijn grote vriend Pah, hem vergeet ik nooit meer. De man van 70 die iedereen over de kling joeg, er een soort Vietnam-achtige oorlogsdril van zijn Cross Island Walk maakte, en alles oploste met brandnetels, kokosnoten en palmbladeren.

Dan was daar ook ineens Marco, een Duitse journalist die voor de Süddeutsche Zeitung schreef. Hem kwam ik ineens tegen in Aroa, deed er een artikel over zei hij. Lag overigen meer op strand en sprak meer met de vissen onder water dan dan hij echt aan het werk was (geef mij ook zo een baan). Regelmatig zagen we elkaar in de stad of bij Aroa. Zijn specialisme was voetbal, maar gelukkig wist hij niet de uitslag Duitsland-Nederland van een aantal weken geleden. Helaas, na een aantal keer gezegd hebben dat de uitslag niet belangrijk was, het maar een oefenwedstrijd was en dat we met 2e garnituur speelde ontlokte hij me toch dat we met 3-0 verloren hadden.

Heather, dame die ik tijdens de tocht met Pah tegenkwam. Was een zuster, en zeer bezorgd over mijn oorlogswonden die ik tijdens de tocht met Pah opliep. Ik kwam haar vandaag weer tegen op de lokale markt, ze wilde gelijk weer een check-up doen.

En last but not least, natuurlijk Captain Cook. Hoe vaak ik van die man een standbeeld heb gezien is niet te filmen. De hele oostkust van Nieuw Zeeland staat er vol mee.

Mooi, dat was het dan. Ga zo douchen, spulletjes pakken, nog 1 keer BBQ-en met Jim en Jan, en dan op weg naar het vliegveld. Het waren 4 fantastische weken, die smaken naar nog veel meer, dus wie weet.

Hoop jullie binnenkort weer te zien, het gaat jullie goed.

3 toertjes op de Cook Islands, onvergetelijke ervaringen

Zo, vandaag (woensdag) weer eens een hike gedaan, zeg maar een wandeling in de rimboe. Deze mooie wandeling heet de cross island walk, en zoals de naam al verraadt, je gaat dus dwars over het eiland heen, van noord naar zuid. Lijkt allemaal langer dat het is, het eiland is 32 km in de omtrek, dus voor de wiskundigen onder ons, 2*pi*R=32km, dus R is ongeveer 5 km. Daarvan rij je de eerste 2 km naar het startpunt, dus blijven er uiteindelijk 3 km over. Maar ja, zoals je zult begrijpen, dit is natuurlijk niet de A12 zonder autoos van Zoetermeer naar Zoetemeer Zuid. Nee, dit is een weggetje dwars door de dichte bossen, naar een hoogte van 400m, en dus ook weer 400 omlaag (immers het is een eiland, dus je begint op zeenivo en je eindigt op zeenivo).

En wat een tocht was het weer, ik begreep weer eens niet waarom ik dit deed, wat was de lol er van. We werden opgewacht door een meneer van 70, een inboorling, die Pah heette. En gelukkig, Pah was ook gekleed als inboorling, twee grote bladeren om zijn nek, lang haar, tattoos, palmbladeren om zijn knieen en een woeste blik. Na ons met zonnebrandcreme ingesmeerd te hebben, gaf Pah ons inlands muggespul, zeg maar uit zijn eigen moestuin. Lekker, onder de zonnebrandcreme, met Pah zijn eigen muggespul, hoe vies kan je je voelen. En natuurlijk bloedje heet, lekker vochtig, dichte bossen smal pad, en dat voor 70 dollar, hoe goedkoop kan lol zijn..... Na de gebruikelijke instructies ging Pah op pad, en de man moest volgens mij voor lunch thuis zijn, want het zette er een fors tempo in. Gevolg was dat we binnen 15 minuten de eerste 2 van de 6 Zweden al verloren hadden. Deze 2 keerden ook gelijk terug, de toon was gezet. dat kon nog lekker worden dacht ik. Maar goed, Pah ging verder op stap, en de overlevenden van zijn eerste stukje (ca. 10) er lekker achter aan. Wat een marteltocht. Smalle bospaadjes, steile stukken die je via boomstronken en lianen moest beklimmen, gladde stenen, warm, vochtig, muggen, en dat voor maar 70 dollar, ik dacht werkelijk dat ik gek werd.

Na een uur rennen door het bos vond Pah het wel genoeg, en nadat binnen 10 minuten iedereen hijgend en puffend aankwam, ging de man lekker mediteren. Na 10 minuten weer verder naar de top, die we dan eindelijk na nog 30 minuten als een soort Tarzan slingerend door het bos bereikten. 400 meter hoog, en dat voor maar 70 dollar, geen geld. Op de top vertelde Pah wat hij de afgelopen 40 jaar zo beleefd had, en ook daar werd je weer niet vrolijk van. Mensen die hun benen braken (verbaast me niks), hartaanval met dodelijke afloop en in het ravijn lazeren en naar beneden vallen en pas een dag later opgehaald worden. Ook nam Pah regelmatig mensen op zijn nek, die niet meer verder konden om wat voor reden dan ook. Mooi, lekker vooruitzicht dacht ik, en we moeten nog 1 1/2 uur naar beneden door de jungle, en dat voor maar 70 dollar.

En ja, daar ging Pah weer, als een volleerd wielrenner de berg af, alleen deze had 1000den boomstronken. En als extra verassing gingen we ook nog langs, door en over een rivier, dus lekker nat aan de voetjes, en dat voor 70 dollar, geen prijs. Ook ik bleef niet ongedeerd, ineens had mijn rechtervoet geen grond meer onder de zool en bijna het ravijn in. Een klein jaapje aan de hand en wat schaafwonden was het resultaat, maar gelukkig had ik pleisters bij me, ik had geen zin om de inheemse knollen, wortels, stronken en brandnetels van Pah te moeten gebruiken. En dat voor maar 70 dollar.

Pah had ook nog lunch in 2 rugzakjes meegenomen (maar dat mag dan ook wel als je 70 dollar betaalt om 3 uur door een jungle te lopen), maar meer dan 10 minuten om dit op te eten hadden we niet, want daar ging Pah weer (hij moest immers voor zijn eigen lunch thuis zijn). Onderweg rolde nog een Zweed van een boomstronk af, knie kapot, Pah deed wat palmbladeren er om heen, en de Zweed strompelde verder. En we hadden nog een uur te gaan, dus erg veel lol had deze man niet meer (en dat voor maar 70 dollar).

Gelukkig, na 3 uur als Ramboos te keer gegaan te zijn was daar de bevrijdende zee (en dus zeenivo). Oh wat was ik blij, wat had ik afgezien. Pah ging nog even met alle dames 1 voor 1 op de foto (heb weer even geteld, 4000 tochtjes, gemiddeld 5 dames, zijn 20.000 fotoos waar Pah op staat). Hij deelde daarna de groep in 2en, de eerste groep (waar ik niet bij was), mocht het busje in, de tweede groep ging met Pah mee. Nee he, dit kon niet waar zijn, de hele weg met Pah terug? Weer 3 uur afzien, weer door die jungle 400 m omhoog, en daarna weer omlaag, was ik dan zo goed? Nee gelukkig, er kwam een 2de busje, die Pah en de rest meenam. En nadat ik thuis was gebracht en uitgebreid afscheid had genomen, snelde ik naar de bar van mijn onderkomen, bestelde een corona, en dacht geweldig dat ik dit gedaan heb (echt waar), maar dit nooit weer, ook niet voor minder dan 70 dollar.

Maar voor de avonturen met Pah ben ik maandag met de glasbodemboot in de lagune van Muribeach meegegaan. Ook weer een belevenis, je wordt om 10 uur 's ochtends met 29 andere snorkelliefhebbers (hoewel, er zaten er ook op, die zeker niet konden en gingen snorkelen) op een klein bootje gepropt, om vervolgens door een drilsergeant die volgens mij in het Amerikaanse leger niet zou misstaan volgeblaft te worden met instructies. Na een 1/2 uurtje varen waren we bij de snorkelplaats, en onder de veiligheidsinstructie 'blijf in de buurt van de boot, anders gaan we zonder jou weg' werden we het water in gejaagd. Op de boot zaten ook 20 Nieuw Zeelandse bakvissen, en natuurlijk was de lol van de sergeant om wat voer op deze bakvissen te gooien, zodat de echte vissen op ze afkwamen, en ze overal vissenmondjes voelden. En maar gillen en gillen, dus elke normale vis ging zover mogelijk weg van de snorkelplaats.

Na het gesnorkel, op weg naar een klein eilandje, waar de lunch werd geserveerd. Was in orde, maar na afloop van de lunch kregen we een kokosnootshow. Vreselijk, blaartrekkend en weer eens mensonterend. Wat je niet allemaal met een kokosnoot kan doen, je hebt geen idee werkelijk. 1 kokosnootboom in je tuin en je hoeft nooit meer naar de appie hein, de ikea en BCC, wat een luxe. En natuurlijk moest er bij elk onderdeel een vrijwilliger meedoen, maar mijn blik naar sjef kokosnoot zei volgens mij genoeg, aan mijn lijf geen kokosnoot polonaise.
Na de kokosnootshow dacht ik hop, naar huis, ben er klaar mee, maar nee, daar was ie weer, 2 jaar geleden voor het eerst meegemaakt op Fiji, de .......... krabrace. Cirkel maken, krappies in het midden, en welke krab als eerste de rand van de cirkel bereikt. Maakt mij dat nou uit. 1 eigenaar van een krabje werd zo boos, dat hij halfverwege zijn krab het zand intrapte. Van dit krapje is nooit meer iets vernomen.

'S avonds werd ik door Jim voorgesteld aan Aad van Eijk, een Nederlander van 70 die al 45 jaar op de Cook Islands woont. 45 jaar geleden ging Aad vanuit Nederland op weg naar Brazilie, maar is op de Cook Eilanden blijven hangen, tja. Aad was tenger, zag er uit als een haarbal. Het haar kwam werkelijk overal uit en vandaan, ook uit plekken waar vanuit je het niet zou verwachten. Aad zat in de im- en export, zeg maar zoals Sonny Crocket in Miami Vice, compleet onduidelijk dus wat hij uitspookte. Samen met Aad was er ook nog een jongen van 12 aanwezig, leuk dacht ik zijn kleinzoon. Nee, zo werkt dat op de eilanden niet, dit was Aad zijn zoon. Zijn zoon!!!!!! en Aad het nog meer kinderen, vele vrouwen gehad, en sommige kleinkinderen waren ouder dan zijn, ja hoe zeg je dat nou, huidige kinderen??? En dacht je dat Aad een uitzondering was. Tuurlijk niet, via Aad kwam ik in contact met Chris, eigenaar van restaurant de waterline. Chris was 65, en had hetzelfde gedoe als Aad. Meerder vrouwen, maakte al jaren kinderen en de jongste 2 zijn 6 en 4!!!! Ik haakte helemaal af, op de vraag hoeveel kinderen Chris had, zei hij 'many''. Maar, hij zorgde voor zijn many childeren erg goed zei hij. Nadat ik voor woensdag (vandaag uitgenodigd was om de komen eten, werd weer gehaald en gebracht), was het tijd om af te haken, een drilsergeant, en 2 mannen op AOW-leeftijd met many childeren, de jongsten tussen 4 en 12, dat was echt te veel.

Gisteren een hele dag naar Aitutaki geweest, een eiland enkele honderdern kilometers ten noorden van Rarotonga, 40 minuten vliegen. De vlucht wordt verzorgd door Air Rarotonga (wie heeft er niet mee gevlogen) en de vliegtuigen zijn van Saab. Ja, van Saab, dus je begrijpt dat ik me behoorlijk zorgen maakte over het onderhoud, zou Victor Muller nog wel reserve-onderdelen maken en opsturen. Maar ok, het turbopropje vloog gewoon zonder problemennaar Aitutaki.

Daar aangekomen werden we eerst in 2 landrovers gepropt, om ons te brengen naar (natuurlijk) het hoogste puntje van het eiland (overigens, het eiland is niet groot, denk Vlieland, en er leven ca 1200 mensen). Mooi uitzicht, om vervolgens te gaan, volgens de beschrijving, naar de dorpsmarkt waar ook T-shirts te koop waren. Goed, de markt was een klein supermarktje, waar ze naast 3 T-shirts en 2 petjes ook cola verkochten, meer niet. Na deze onvergetelijke ervaring op weg naar de boot die ons de hele dag over de lagune zou varen, en naar eilanden zou brengen. Dit was een catamaran, lekker ruim niks mis mee. De plaatselijke gids heette Today, ben benieuwd hoe hij morgen heet.

Het eerste eiland dat we bezochten was gewoon een eiland, meer niet. Er waren wat hutjes waar je kon verblijven, dat was het. Op naar het tweede eiland. Daar hadden ze de plaatselijke Robinson Crusoe opgenomen, de tourleader liet nog wat resten zien, maar erg boeiend was het niet. Daarna op weg naar het hoogtepunt van de tour, snorkelen in de blauwe lagune. En toen begon het te regenen, en dan bedoel ik ook echt regenen. Met bakken kwam het de hemel uit, het kwam direct door het dak van de catamaran. En daar stonden we dan, duikbrilletjes en snorkeltjes op, zwemvliezen aan de voeten, en al kletsnat voor we het water in gingen. En dat had volgens mij niet veel zin, want de vissen zouden ongetwijfeld ook aan het schuilen zijn. Maar omdat het boven het water net zo nat was als er onder er toch maar ingegaan. En moet zeggen, het was echt vreselijk mooi. Veel vissen, allerlei kleuren, koraal en ga zo maar door. Na een uurtje snorkelen was het tijd voor lunch. Daarna legde de boot aan op One Foot Island. Dit eiland heet zo omdat het de vorm van een ???? heeft. Op het eiland is werkelijk niks, behalve een postkantoor waar ze naast ansichtkaarten en een poststempel alweer T-shirts en petjes verkopen (goede handel dus daar). Na daar 1 1/2 uur niks gedaan te hebben, terug naar de main island, door de stortregen de bus in naar het vliegveld, in de stortregen van de gate naar het vliegtuig (met paraplu, op Schiphol nog nooit gezien) en weer terug naar Rarotonga.

En nu is het woensdagavond, 10 uur, terug van diner. Dit doe ik al een aantal dagen met een Australisch echtpaar dat ook op dit complex verblijft, zeer aardige mensen. Ik heb nog 3 dagen, en ga die 3 dagen echt niks doen. Ben klaar met de toers, nu alleen nog relaxen. Kijken of het morgen ook echt lukt.

Het gaat jullie goed.

Mijn eerste dagen op Rarotonga

Het is nu hier dinsdagavond, 22 november, 22 uur, GMT-11. Ben net thuis van het diner in de Kikou hut, thuisgebracht door de eigenares van het restaurant. Want zo gaat het hier op de Cook Islands, iedereen kent iedereen, en voor je het weet ben je een eilander.

Maar laat ik beginnen te vertellen waar mijn hutje staat. Zoals eerder al verteld zit ik 8 dagen in Aro'a Beachside Inn. De eigenaren zijn Jim en Jan. Jim komt van Hawaii, en is de beste klant van zijn eigen bar, de Shipwreck Bar, en neem van mij aan, de naam van deze bar doet alle eer aan. De bar is gemaakt van alles wat de afgelopen decennia is aangespoeld, incusief een paar ski's vanuit Gerlos. Jan is de vrouw van Jim, maar regelt eigenlijk alles, geen vraag teveel. Dan heb je nog het manusje van alles, Shani. Hij kookt, veegt, zuigt, maakt het strand schoon en maait het gras. En acher de bar staat een aantal dames die werkelijk tonnetje rond zijn, maar reuze aardig. Iedereen kent mijn naam, dus het is 1 grote famlie.

Dan het vervoer op het eiland. Naast de gebruikelijke huurauto's en -brommertje, rijden er ook bussen. Twee lijnen te verstaan, met de klok mee (clockwise) en tegen de klok in (anticlockwise). Makkelijk te onthouden, want het eiland is rond. De bussen rijden 1 maal per uur (precies een rondje wat een toeval) en ze stoppen als je langs de kant van de weg je hand omhoog steekt of als je in de bus tegen de sjoof zegt dat je eruit moet (er zitten wel stopknoppies in de bus, maar die heb ik 1 keer geprobeerd, wat resulteerde dat de bus gewoon doorreed, zijn gewoon fopknoppen). Maar nu komt het mooie. Er zijn maar een paar sjoofs (ja, hoeveel heb je nodig als de maar de buslijnen hebt), dus na een paar keer met de bus gegaan te zijn herken je ze wel. Er is een ouwe, narrige sjoof die ik een paar keer heb gehad, en ben eens gaan rekenen hoeveel rondjes deze man in zijn leven heeft gereden. Stel dat hij 5 keer per dag het eiland rondrijdt, 300 dagen per jaar en dit al 30jaar doet. Dan heeft deze man 45000 rondjes gereden!!!!! Hoezo klagen in Nederland over een rondje rond de kerk. En daarbij geldt dat deze man dus alleen naar rechts kan sturen, want ik ben hem alleen 'clockwise' tegen gekomen. Als ze deze man op 'anticlockwise' zetten, rijdt hij gelijk de plomp in. Overigens bedacht ik me dat dit een mooi baantje is voor schaatsers die na hun carriere iets zoeken om niet in een zwart gat te vallen, sjoof worden op de 'anticlockwise' bus op Rarotonga.

Zaterdag naar de lokale markt gegaan. Jan wilde me al om 7.30 in de bus hebben, maar dat dacht ik toch niet. De markt duurde tot 13 uur, ik zag mezelf niet 5 uur op zo'n markt rondlopen. Dus om 10.30 naar demarkt, en inderdaad, los van de gebruikelijke zooi was er niet veel te koop, na een 1/2 uur was ik er klaar mee. Daarnaast het enige dorp van Rarotonga in, maar zoals je zult begrijpen, dat is niet groot en ben je snel uitgekeken. 'S avonds BBQ bij Jim en Jan op het strand, met een optreden van een oude man, die ook bij de aankomst op het viiegveld op de bagageband stond te spelen. Ik denk dat hij in 1940 via zo een bagageband ook aangespoeld is op Rarotonga.

Op zondag, de dag er na, is het eiland dicht. Er is werkelijk niks open, er gebeurt niks, dus verplicht een dag niks doen. 'S avonds gegeten in een restaurant, waar ze je gewoon ophalen en thuisbrengen per auto. Nou, dat zie ik ze in Nederland nog niet doen.

Maar goed, ik ga slapen, ben best moe. Morgen vertel ik de rest van mijn belevenissen.

Het gaat jullie goed.